Sainte Marie du Pont Colbert
In deze Franse abdij was aan de strenge monnikenregel van de Cisterciënzers de plicht van altijddurende aanbidding van het Allerheiligste Sacrament toegevoegd, een streven dat van de pater Julien Eymard was uitgegaan en door priester Paul Maréchal in een klooster van de de Cisterciënzers werd ingevoerd.
Abt Maréchal
Paul Maréchal, op 28 mei 1840 te Dreux geboren, werd in 1871 priester gewijd. Hij deed verschillende pogingen kloosters te stichten waar het contemplatief leven met de altijddurende aanbidding van het Allerheiligste Sacrament verenigd werd. Toen dat niet lukte trachtte hij zijn plan in een bestaande orde te verwezenlijken. Met dat doel voor ogen trad hij in bij de Cisterciënzers van de abdij Fontfroide bij Narbonne in Zuid-Frankrijk.
Aanbidding
Op 22 februari 1891 begon hij daar, vijftig jaar oud, zijn noviciaat. Een jaar later trok hij met goedkeuring van zijn abt samen met enkele monniken van Fontfroide naar Versailles. In een buitenwijk van deze stad stichtte hij het klooster Sainte Marie du Pont Colbert. Het was 4 april 1892. Tegelijk met het contemplatief leven van de Cisterciënzers begonnen de monniken met de aanbidding van het Sacrament.
Verdrijving uit Frankrijk
In Frankrijk ontwikkelde zich in die tijd een anticlericaal offensief. De regering wilde meer toezicht op de invloed van de religieuzen op de maatschappij. In 1901 kwam een wet tot stand, met ijzeren hand teogepast door minister Combes, die het leven voor religieuzen in Frankrijk uitermate moeilijk maakte. Dit leidde in het voorjaar van 1903 tot een brute verjaging van 30.000 kloosterlingen, die weigerden zich onder staatstoezicht te stellen.
Naar België
Ook abt Maréchal met zijn kloostergemeenschap moest het land verlaten. In België te Marteau-Feuillon bij Yvoir in het bisdom Namen vond de abt voor zijn monniken een voorlopige verblijfplaats in een oud hotel. De huisvesting was er slecht en de streek erg ongezond. Gedurende hun korte verblijf daar stierven drie monniken. De abt moest uitzien naar een beter verblijf.
Kasteel te koop
In een Belgische krant zag abt Maréchal een advertentie, waarin een kasteel met twaalf hectaren grond in Nieuwkuijk te koop werd aangeboden, het kasteel Onsenoort. Op 9 december 1903 werd de koop gesloten. De bisschop van 's-Hertogenbosch, Mgr. In der Ven, had reeds op 6 december verlof tot vestiging in Nieuwkuijk gegeven. Op 4 mei 1904 kwamen de eerste monniken naar Nieuwkuijk.
Van klooster...
Abt Maréchal heeft de vestiging te Nieuwkuijk nooit gezien als een nieuwe stichting. Voor hem bleef Onsenoort slechts een voorlopig toevluchtshuis. Toen hij na de Eerste Wereldoorlog in 1918 naar Frankrijk terugkeerde, was het zijn bedoeling de kloostergemeenschap terug te roepen en Onsenoort van de hand te doen. Maar de Nederlanders die inmiddels in de communiteit waren opgenomen, oefenden sterke druk uit om het convent in Nieuwkuijk te laten voortbestaan. Onsenoort werd niet verkocht en toen de communiteit naar Frankrijk terugkeerde, bleef Onsenoort bemand met enkele monniken.
... tot priorij
Abt Maréchal stierf in 1924. Zijn opvolger te Pont Colbert, abt Janssens, heeft ervoor gezorgd dat Onsenoort een zelfstandig klooster werd. Bij de canonieke oprichting in 1929 werd het een priorij. Later kreeg de priorij de historische naam Mariënkroon.
... tot abdij
Op 24 juli 1957 werd Mariënkroon verheven tot abdij.
Verdere informatie
Internationale website van de paters Cisterciënzers: http://www.ocist.org
Informatie over de geschiedenis van de Cisterciënzerorde: http://www.abdijsion.nl/teksten.htm
Bernadusbedevaarten in Nieuwkuijk http://www.meertens.knaw.nl/bol/fulltext_detail.php?id=538